Big-Reset

Een financieel stelsel dat goed is voor iedereen

Econoom Hans van Steenbergen leverde met zijn rapport ‘Naar een Dienstbaar Financieel Stelsel voor Iedereen’ een constructieve bijdrage aan de uitwerking van de opdracht, die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van de overheid ontving. Deze opdracht was het gevolg van de discussie over geldschepping, die dankzij het Burgerinitiatief Ons Geld in de Tweede Kamer werd gevoerd. Inmiddels heeft Van Steenbergen zich aangesloten bij de politieke partij ‘De Burgerbeweging’. De visie van Van Steenbergen is een belangrijk onderdeel van het programma van deze partij. De belangrijkste stappen naar een dienstbaar financieel stelsel zijn: fasegewijs afschaffen van rente, vermijden van inflatie en speculatief gebruik c.q. misbruik van het financiële systeem, de bevoegdheid tot geldcreatie verplaatsen van de private naar de publieke sector en aanpassing van eigendom- en zeggenschapsverhoudingen.

In dit artikel wordt door middel van een vereenvoudigde versie van het rapport een voorzet op het door De Burgerbeweging beoogde debat gegeven.

Geldcreatie door de overheid

Volgens De Nederlandse Bank werd er in de periode van 2000 t/m 2016 jaarlijks gemiddeld een bedrag van ongeveer 6% van het Bruto Binnenlands Product (bbp) aan extra geld gecreëerd. Door vergrijzing zal de groei van de economie en de behoefte aan extra geld de komende jaren dalen naar vermoedelijk ongeveer 3% tot 5% per jaar.

Om het monetaire systeem dienstbaar aan de samenleving te maken, zou de wet zo veranderd kunnen worden dat de overheid (of een vierde macht zoals dit in het plan van stichting Ons geld wordt voorgesteld) geld schept en dit niet langer aan private banken wordt overgelaten. Dit idee sluit aan op het Chicagoplan. Het voordeel hiervan is dat de overheid een bedrag van 3% tot 5% van het bbp – dit is ongeveer € 21 tot € 35 miljard (ongeveer € 3.000 tot € 5.000 per huishouden) – per jaar in omloop kan brengen om de bestedingen te bevorderen. De keuze hangt daarbij af van welke bestedingen de samenleving wenselijk vindt. Over dit bedrag hoeft geen belasting te worden geheven.

Om deze door de overheid geïnitieerde bestedingen mogelijk te maken is boekhoudkundig gezien een relatief eenvoudige maatregel nodig, waarbij enerzijds tegoeden die nu op betaalrekeningen en direct opneembare spaarrekeningen bij private banken staan naar een publieke bank worden overgeheveld (eventueel kunnen ABN-AMRO, SNS of zelfs DNB de rol van publieke bank krijgen). Anderzijds kan met een druk op de knop van een computer uit het niets een bedrag van vergelijkbare grootte aan door de overheid gecreëerd geld in omloop wordt gebracht.

In de drie balansjes hieronder wordt een sterk vereenvoudigde weergave gegeven van de veranderingen die bij uitvoering van het plan in de boekhouding van de banken worden doorgevoerd.hvs 1

hvs2

hvs 3

De nieuwe publieke bank neemt de betaalrekeningen en spaarrekeningen over van de private banken en betaalt hiervoor de private banken met ‘overheidsgeld’.

De volgende stap zou afschaffen van de staatsschuld kunnen zijn, door de staatsschuld en het overheidsgeld die bij de private banken na de stelselherziening op de balans staan tegen elkaar weg te strepen. Dit wordt ook wel balansverkorten genoemd. Door het afschaffen van de staatsschuld komt tevens de rente op de staatsschuld te vervallen. De Burgerbeweging (DBB) is zich er echter van bewust dat in de praktijk wegstrepen van de staatsschuld niet zo eenvoudig valt te realiseren. De staatsschuld is bijvoorbeeld niet uitsluitend in handen van Nederlandse private banken. Bij de bespreking van De Burgerbank komt het in fases wegwerken van de staatsschuld aan de orde.

Een belangrijk voordeel van het stelselherzieningsplan is dat het relatief eenvoudig is om het uit te voeren. Het plan voorziet er bijvoorbeeld in om een onvoorwaardelijk basisinkomen c.q. onvoorwaardelijke inkomenssubsidie mogelijk te maken. Een van de nadelen is dat rente en speculatie alsmede de afhankelijkheid van private geld’wisselaars’ maar in beperkte mate worden opgelost.

De Burgerbank

De balansomvang van de financiële sector – private banken, DNB, pensioenfondsen, verzekerings-maatschappijen, beleggingsinstellingen en Special Purpose Vehicles (SPV’s) – is in Nederland bij elkaar opgeteld ongeveer € 5.500 miljard. Dit is acht keer zo veel als het bbp. Voor een goede ondersteuning van de reële economie is in Nederland echter een financiële sector van hooguit €2.000 miljard voldoende. De rest van de financiële sector is voor de reële economie (dat is waar verreweg de meeste mensen hun geld verdienen) grotendeels overbodige ballast die we beter kwijt dan rijk zijn.

Het idee van De Burgerbank is om een nieuwe coöperatieve bank te vormen, waarbij alle Nederlanders één aandeel en één stem in het te voeren beleid van deze bank krijgen. Deze bank zou kunnen worden gezien als een variant op de Rabobank (zoals het tot 2016 was), maar dan gecombineerd met pensioensparen. Het is de bedoeling dat alleen deze publieke bank geld mag scheppen en de betaalrekeningen mag beheren. Hieronder is een vereenvoudigde balans van de Burgerbank weergegeven.

hvs 4

Door invoering van dit plan wordt het mogelijk om bijna alles wat we in Nederland hebben en doen vrijwel volledig rentevrij te financieren. Het speculatieve misbruik van het systeem en de afhankelijkheid van de private geldwisselaars kan tot een minimum worden beperkt. Dit kan omdat door het plan ‘woeker’ in lijn met wat de wereldgodsdiensten hierover zeggen, wordt beëindigd. Hierdoor wordt het voor de reële economie mogelijk om ongeveer € 37 miljard per jaar op rentekosten te besparen. Deze besparing bestaat uit afschaffen van overbodige winst en kosten (woeker) van de financiële sector.

Naast de Burgerbank is er nog steeds plaats voor private financiële organisaties. Het is echter de bedoeling dat deze organisaties geen geld mogen scheppen en evenmin betaalrekeningen mogen beheren. Het is de bedoeling dat ze zich uitsluitend bezighouden met beleggingen. Na invoering van de Burgerbank worden de activiteiten van de private financiële sector vooral beschouwd als een “select gezelschapsspel”. Liefhebbers van de dienstverlening van de private financiële sector mogen ten koste van elkaar zoveel winst blijven maken als ze willen. Er worden echter geen middelen meer onttrokken aan de reële economie en evenmin wordt de reële economie geld onthouden dat nodig is om de economische processen in het belang van de samenleving als geheel goed te laten verlopen.

Ook bij De Burgerbank is het mogelijk om de staatsschuld af te schaffen. Dit kan door een vorm van “sale and lease back” formule toe te passen. Bij dit idee draagt de overheid in ruil voor het afschaffen van de staatsschuld publieke bezittingen over aan de nieuwe publieke bank. Publieke bezittingen blijven hierbij in publieke handen. In plaats van rente en aflossingen op de staatsschuld te betalen, betaalt de overheid in de nieuwe situatie een vorm van ‘huur’ waarmee de kosten voor afschrijvingen op de publieke bezittingen en de nog minimaal benodigde financieringskosten kunnen worden betaald. Dit is echter alweer tamelijk ingewikkeld en behoeft nadere uitleg, die in dit artikel te ver zou voeren.

Rente, inflatie, speculatie en de afhankelijkheid van ‘woekeraars’ kunnen tot een minimum worden beperkt. Met dit plan is het ook mogelijk om zonder schuldcreatie grootschalige investeringen in duurzame energie te doen. Verdere mogelijkheden zijn er in de bouw. Er kunnen zoveel zelfvoorzienende woonwijken voor ongeveer 10.000 inwoners per wijk worden gebouwd als wat nodig is om alle Nederlanders (en andere Europeanen) een goede levensstandaard te kunnen geven. Het armoedeprobleem over de hele wereld kan hierdoor effectief worden aangepakt, als naar het model De Burgerbank over de hele wereld een variant van het ‘Arabisch bankieren; wordt toegepast. Volgens dit principe staan de relevante activa op de linkerkant van de balans en het hiervoor benodigde geld op de rechterkant van de balans. Zie ook mijn opmerkingen hieronder over het dekken van geld. Een bezwaar van dit plan is dat er een omvangrijke stelselherziening voor nodig is.

Dekken van geld

In het huidige financiële stelsel is geld voor een groot deel slechts door lucht/vertrouwen gedekt. Een beter alternatief zou zijn dat de geldhoeveelheid direct wordt gedekt door de relevante voorraad activa. Volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan in Nederland de geldhoeveelheid (M4) voor meer dan 100% met de relevante activa worden gedekt. Door het toepassen van deze werkwijze zal bij een bankrun op de Burgerbank het uit te betalen geld volledig zijn gedekt door materiële activa.

hvs 5

hvs6

 

Rente en inflatie

DBB is van mening dat rente en inflatie beiden een vorm van diefstal zijn en zoveel mogelijk afgeschaft moeten worden. Een belangrijk argument voor dit standpunt is dat het gebruik van rente één van de belangrijkste oorzaken van scheefgroei tussen arm en rijk is.

Als gevolg van het huidige financiële systeem bestaat de staatsschuld in Nederland ongeveer voor 90% uit te veel betaalde rente. Voor het financieren van woningen wordt structureel te veel rente betaald.

Een eerlijke rente bestaat uit compensatie voor loon/prijsstijging (inflatie) dat als vergoeding aan de (pensioen) spaarders bij De Burgerbank wordt gegeven. Bij het verstrekken van financieringen voegt de Burgerbank hieraan een marge voor uitsluitend de noodzakelijk te maken kosten toe. De financieringskosten zien er hierdoor globaal als volgt uit:

  • Financieren overheid = gemiddelde loon/prijsstijging (inflatie) + marge 0,1% per jaar
  • Financieren woningen = gemiddelde loon/prijsstijging (inflatie) + marge 0,5% per jaar
  • Financieren overig = gemiddelde loon/prijsstijging (inflatie) + gemiddelde marge 1,3% per jaar

 

Het hiervoor genoemde probleem met rente op de staatsschuld geldt voor alle landen waar de overheid geld leent van private banken. Een voorbeeld van een land waar dit rente probleem ook duidelijk is te zien is Canada. In 1974 is in Canada de wet veranderd dat de overheid niet langer meer zelf geld mag scheppen/ geld met lage rente van haar eigen publieke bank mag lenen, maar geld op marktcondities bij private banken moet lenen. Als gevolg hiervan bestaat de staatsschuld in Canada nu voor 95% uit overbodige rentekosten.

hvs 7

 

© Hans van Steenbergen, econoom

Related Post

Note: Your password will be generated automatically and sent to your email address.

Forgot Your Password?

Enter your email address and we'll send you a link you can use to pick a new password.